dinsdag 5 juni 2012

verbindingstechnieken en construeren (deel 3 van 6)


Kegellager

 Deze lagers hebben een binnen- en buitenring met conische loopbanen
waartussen zich kegelvormige rollen bevinden. Al de kegelvlakken
convergeren naar één punt op de hartlijn van het lager. Dit betekent dat
het afwikkelen van de rollen optimaal is.

Kegellagers zijn door hun ontwerp bijzonder geschikt voor het
opnemen van gecombineerde (axiale en radiale) belastingen.
Kegellagers kunnen uit elkaar worden genomen. (binnenring met
rollenset vormt een eenheid die los van de buitenring kan worden

gemonteerd.







Een éénrijig kegellager (figuur) kan slechts aan één zijde axiale
belastingen opnemen. Daarom is het gebruikelijk dat een éénrijig
kegellager wordt afgesteld tegen een ander éénrijig kegellager.
We kunnen dan 3 soorten opstellingen bekomen:









X-opstelling.
Twee lagers met een tussenring tussen de buitenringen. De
contactlijnen van dit lager convergeren naar de hartlijn van het lager. Axiale belastingen kunnen worden opgenomen in twee richtingen. Dit kan echter
maar door één lager tegelijkertijd.

O-opstelling:
Hierbij zijn er twee tussenringen nodig. Eén bij de binnenring en één bij de
buitenring. Bij deze opstelling divergeren de contactlijnen naar buiten toe. Hierdoor is het lager relatief stijf en kan dus ook momenten opnemen. Ook in deze opstelling kunnen we axiale belastingen opnemen in twee richtingen.

Tandem-opstelling:
De tandem opstelling wordt maar zelden toegepast. De krachten worden gelijkmatig verdeeld over beide lagers. Axiale belastingen kunnen slechts in één richting worden opgenomen. Hierdoor moet men meestal een derde lager monteren om ook in de andere richting axiale krachten te kunnen opvangen.


tekst afkomstig van,













Geen opmerkingen:

Een reactie posten